Koning Willem Alexander is vandaag 50 jaar geworden, onze verslaggever Jan C. Lohmeijer vertelt hoe hij Koningsdag meemaakt.

Op Koningsdag is het tijd voor een koninklijke beschouwing. Ik ben gelukkig niet koninklijk, voel me wel een prins in dit frisse dorp vandaag.

Vroeger hadden we de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In de tijd van de eerste Oranjes, tijdens het twaalf jarig bestand, waren er de Gomaristen en de Arminianen, ook niet vriendelijk tegen elkaar. Toen kregen we in de Franse tijd de Oranjegezinden en de Republikeinen en de laatste honderd jaar de talloze kerkelijke afsplitsingen. Gelukkig draait dat een beetje terug. De strijd gaat altijd om macht of godsdienst of een kleine groep beslist wat de rest moet doen of geloven, al of niet gepaard gaande met geld.

Klaar ben je.

In ons land wonen nog echte republikeinen. Hun aantal is niet supergroot. De Oranjegezinden zijn in de meerderheid maar leggen niet hun wil op aan de rest, gelukkig vind ik. Een koning kost geld. Hij verbouwt zijn paleis een keer in de 25 jaar, Een president ook wanneer hij aan de macht komt, maar vertrekt na vier jaar en de volgende verbouwt weer. Een koning heeft voor een land een veel grotere uitstraling dan een president. Afijn we zijn met ons koningshuis nog niet zo slecht af.

Als de mensen elkaar eens accepteren zoals ze zijn en samenwerkten en niet eigen zin doordrijven ten koste van anderen, dan is er geen strijd om macht of godsdienst.

Hier in ‘mijn‘ dorp zijn alle verschillend denkende mensen aanwezig, maar iedereen respecteert de ander. Kreeg vanmorgen aan de deur een stukje oranjekoek en een borrelglaasje met oranjebitter en hangt de vlag uit. Zo kan het ook.

Fotobron: koningsdagnederland.com