Vroeger zeiden ze: “Nou, dat kind is ook vroeg-oud zeg.!” Ze bedoelden dan, dat een enig kind in een gezin, dat veel thuis was en altijd tussen veel oudere mensen was, de denkwijze en het taalgebruik overnam van de ouderen. Het leek daardoor een ouder iemand in een kinderlichaam te zijn.

Het omgekeerde kan ook.

Iemand die oud is en zich zeer kinderlijk gedraagt. Een moeder die veertig is en zich kleedt als een meisje van twintig.

Iets ertussenin kan ook.

Ik krijg weleens de vraag: hoe komt het dat je je op jouw leeftijd zo jong kunt gedragen zonder er zo uit te zien en de leefwereld van veel jongeren prima kunt begrijpen of aanvoelen. Het is een gave die je meekrijgt, echt leren kun je het niet.

Situatieschets:

Ik ben opgevoed in een arbeidersgezin in Amsterdam als jongste kind met bijna alleen maar technici om me heen. Ik schreef een genealogie van de familie. Weet heel van de geschiedenis om ons heen van toen, weet veel oude spreuken met vaak diepere inhoud, die ik van mijn vader leerde. Was wel handig met mijn handen en hield van architectuur, maar ben geen techneut.

Hoe werkt dat:

Was het buitenbeentje in het gezin en wilde vanaf klein kind al schoolmeester worden. Op zich al bijzonder in arbeidersgezinnen.

Niet op een gewone school, daar deden de kinderen netjes wat meneer, want dat waren we toen nog, wilde. Ik begon op een school met kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (Lom-school). Later tot mijn pensioen toe (en daarna) met pubers gewerkt. Heerlijk, mensen die eigenwijs zijn en dwars en daar mee samenwerken en samen resultaat bereiken.  Dat kan alleen door veel van jezelf te laten zien, vertellen hoe je denkt en voelt, je inleven in de jeugd van dan, dan vertellen ze ook hun eigen gedachten en kom je tot gesprekken die hen mede vormen tot goede volwassen mensen. Dat heeft ervoor gezorgd, dat die pubers mij jong hielden, ik groeide mee met de veranderende denkwereld van pubers. Dan alleen kun je oud jong zijn. Ben er blij mee. Helaas moet ik zeggen, het lukt nog steeds, wel wat moeilijker en de moderne, soms onbegrijpelijk taal op verschillende media, maken het voor mij wel lastiger.

 

Jan C. Lohmeijer.